Vet goed – waarom je vetten gewoon hard nodig hebt!


Jarenlang zijn we bang gemaakt voor vet, het zou dé veroorzaker zijn van ziektebeelden zoals obesitas en diabetes type 2. De voedselindustrie heeft daarop ingespeeld door producten vetarm, en vetvrij te maken.

Ondertussen is duidelijk dat er wat onderzoeksresultaten uit de jaren ’60 gemanipuleerd zijn. En dat niet al het vet zo ongezond is als dat we altijd dachten.
Maar wat is vet nou precies? Welke soort is goed en welke juist slecht voor je? Met dit artikel hoop ik een beetje orde in de chaos te scheppen.

De functies van vet


Vetten zijn (naast koolhydraten en eiwitten) een van de drie macronutriënten in ons eten. De vetten die je eet kunnen in je lichaam niet zomaar worden gebruikt. Deze moeten eerst worden afgebroken naar kleine deeltjes: de vetzuren. In je lichaam hebben ze onder andere deze (belangrijke!) functies:

  • Je kunt er energie van maken (vetverbranding!)
  • Ze worden gebruikt in de structuur van je celmembranen (schilletje van de cel)
  • Ze zijn nodig voor de ontwikkeling van je hersenen, ogen en zenuwstelsel
  • Uit vetzuren worden belangrijke hormonen gemaakt
  • Ze spelen een rol in je immuunsysteem (afweer)
  • Vetweefsel dient als bescherming en isolatie van je (interne) organen

Vetten heb je dus hard nodig. Je kunt echt niet zonder. Sterker nog: mensen die te weinig vetten eten kunnen allerlei gezondheidsklachten ontwikkelen (te weinig energie, hormonale problemen). Maar ook de verkeerde verhoudingen van vetsoorten kunnen een oorzaak zijn van bepaalde klachten. De verschillende soorten hebben hun eigen kenmerken. De onderverdeling wordt gemaakt naar aanleiding van hun scheikundige structuur.

Onverzadigd


In deze groep wordt er onderscheid gemaakt in enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren. Enkelvoudig betekend dat ze één dubbele binding in hun structuur hebben. Meervoudig is dus logischerwijze een structuur met 2 of meer dubbele bindingen. Hoe meer dubbele bindingen des te flexibeler en vloeibaarder is deze vetsoort. De omega’s (waar je vast van gehoord hebt) vallen onder de onverzadigde vetten.

  • Omega-9 is enkelvoudig onverzadigd
  • Omega-3 & Omega-6 zijn allebei meervoudig onverzadigd

De meervoudig onverzadigde vetten zijn het meest interessant voor jouw lichaam. Zij zijn ingebouwd in de celmembranen die zo stevig en soepel worden. Daarnaast regelen omega-3 en -6 de aan- en uitknop van jouw immuunsysteem. Omega-6 is aan en omega-3 is uit.

Verzadigd


Verzadigd houdt in eerste instantie in dat ze geen dubbele binding hebben. Dit betekend ook dat ze minder flexibel zijn. In deze groep wordt het onderscheid gemaakt in het aantal C-atomen die een keten bevat.

  • Korteketenvetzuren (minste C-atomen) dienen als voeding voor je darmen
  • Middellangeketenvetzuren zijn uitermate geschikt als energiebron
  • Langeketenvetzuren (meeste C-atomen) zijn minder bruikbaar en een te veel hiervan zet de lever aan tot meer cholesterol aanmaak

Transvetten


Transvetten zijn bijproducten die ontstaat tijdens de verwerking van onverzadigde vetzuren. Ze zijn lichaamsvreemd, dat betekend dat je lichaam eigenlijk niet zo goed weet wat zij ermee moet doen. Ze verstoren daarentegen wel een aantal lichaamsprocessen waaronder:

  • Verhogen van het LDL-cholesterol (het ‘slechte’ cholesterol)
  • Verhogen van de insuline spiegel (het stofje dat je bloedsuikerspiegel regelt)
  • Verhoging van ontstekingsbevorderende stoffen (immuunsysteem)

Transvetten ontstaan dus wanneer Omega-3, -6 en -9 te lang en/of te heet verhit worden en logischerwijs kom je ze dus het meeste tegen in voorbewerkte  producten.

Basisregels


In dit artikel kan ik je niet alles vertellen over vet. Wel heb ik een aantal basisregels voor je om je te helpen:

  • Wees niet bang voor vet, je hebt het nodig voor zowel lichaam als geest
  • Een goede verhouding tussen Omega-3 en Omega-6 is belangrijk om er voor te zorgen dat je immuunsysteem op tijd aan én ook weer uit gaat. Een immuunsysteem dat onnodig vaak en lang aan staat vreet energie
  • Omega-3 vind je (vette) vis en andere zeeproducten
  • Omega-6 vind je in de meeste vloeibare oliën. Denk hierbij aan zonnebloem-, maïs en sojaolie, maar ook margarines en vloeibare bakproducten. Vlees, gevogelte, zuivel, granen en eieren bevatten in de regel ook veel Omega-6
  • Hoe natuurlijker een dier geleefd heeft des te meer Omega-3 en dus  minder Omega-6 hij heeft. Kies dus vooral bij dierlijke producten voor een (goede) biologische variant
  • Zoals je kunt lezen is er een overvloed aan Omega-6 in ons voedsel en eet ook jij misschien wel te veel Omega-6 in verhouding tot Omega-3, dus let hierop!
  • Verzadigde vetten zijn niet per definitie fout. Kokos en avocado bijvoorbeeld zijn goede bronnen van verzadigde vetten
  • Verzadigde vetten zoals roomboter, kokosolie, palmolie, ossenwit en eendenvet zijn juist uitermate geschikt om in te bakken en braden
  • Onverzadigde vetten zijn geschikter voor koud gebruik, want bij verhitting kunnen transvetten ontstaan. Gebruik deze dus bij korte bereidingen op lage temperaturen of gewoon koud
  • Transvetten dien je te vermijden, dus minderen met alle koek, chips, gebak, pizza’s, snoep, gefrituurd voedsel, kant-en-klaar maaltijden en andere pakjes en zakjes

 

Insuline resistentie test